Het Mondkapje: 3 misverstanden en 7 tips


Het mondkapje. De één is voor, de ander tegen, de één draagt het met gemak, de ander kan er niet tegen.


De functie van het mondkapje is niet moeilijk te begrijpen. Virusdeeltjes worden verspreid via aerosolen, luchtgedragen vochtdeeltjes. Als je hoest, niest, praat, zingt, schreeuwt dan verspreid je deze vochtdeeltjes via je neus of via je mond. Ben je drager van het virus (en dat kan zonder dat je klachten ervaart) dan zitten er virusdeeltjes in de aerosolen die jij verspreidt. De functie van een mondkapje is het zoveel mogelijk opvangen van deze vochtdeeltjes om verspreiding ervan te verminderen.

Er is veel discussie over het nut van een mondkapje, en daar ga ik me niet mee bemoeien, ik ben immers geen viroloog. In de media en op social media kom ik verder allerlei opvattingen, meningen en adviezen tegen over het mondkapje en vooral veel misverstanden.

Graag wil ik enkele misverstanden uit de weg helpen en je tips geven over het gebruik van een mondkapje.

Misverstand 1: Het is een “mond”kapje, dus ik draag het voor mijn mond

Mondkapje of Mond-Neus-kapje?

Idealiter adem je door je neus, in én uit. Om de aerosolen op te vangen moet het kapje dus voor neus en mond. Mocht je een mondademhaler zijn (wat niet aan te bevelen is, maar dat is een ander verhaal), dan nog is er de kans dat je bijvoorbeeld niest door je neus. De bovenkant van het mondkapje moet daarom aansluiten bovenop je neusbrug en de onderkant onder je kin. De naam “mondkapje” is hierin wel misleidend. Beter zouden we het mondneus-kapje noemen.



Misverstand 2: Door het dragen krijgt mijn lichaam minder zuurstof.

Om dit misverstand uit de weg te helpen, moet je begrijpen dat een ademhaling een uitwisseling van gassen is: we ademen lucht in en de zuurstof uit de lucht wordt in de longen afgegeven aan ons bloed. Het bloed verspreidt de zuurstof naar onze lichaamscellen, waar zuurstof gebruikt wordt in de verbrandingsreactie. Met behulp van deze reactie “maken” we energie en komt o.a. CO2 vrij. CO2 is een stof waarvan we altijd een basisgehalte in ons lichaam hebben zitten en dat hebben we ook nodig voor allerlei lichaamsprocessen. Het extra CO2 dat vrij komt bij de verbrandingsreactie wordt opgenomen door het bloed en afgegeven aan de longen en ademen we vervolgens weer uit. Dus inademen leidt tot opnamen van zuurstof en daarna ademen we het CO2 dat we niet nodig hebben uit.

Als we uitademen in een mondkapje, dan zal het CO2-gehalte in het mondkapje stijgen en het zuurstofgehalte iets dalen. Hierdoor ontstaat, begrijpelijk, het idee dat ons lichaam ook te weinig zuurstof binnenkrijgt. Dat is echter niet zo.

Ten eerste gebruiken we in normale omstandigheden maar een klein deel van de zuurstof die we inademen, gemiddeld rond de 25%. Ons bloed zit snel vol met zuurstof, vol=vol, er kan dan gewoon niets meer bij. Ademen we dus lucht in met een iets lager zuurstofgehalte, dan is er geen probleem, want het zuurstofgehalte is nog hoog genoeg en ons bloed nog steeds verzadigd met zuurstof.

Ten tweede zullen we wat meer CO2 inademen, het CO2 gehalte in de longen zal hierdoor wat stijgen en ons bloed zal wat extra CO2 vasthouden. CO2 is belangrijk voor ons lichaam! Het stimuleert onder andere de afgifte van zuurstof van het bloed naar de lichaamscellen. Een te laag CO2-gehalte zorgt voor een verminderde zuurstofvoorziening. Een mooi hoog CO2-gehalte zorgt voor een verbeterde zuurstofvoorziening. Grofweg 80% van de mensen heeft in een bepaalde mate een te laag CO2-gehalte, dus komt hier wat bij door het dragen van een mondkapje, dan is dit alleen maar mooi meegenomen. En zorgt het dus voor een betere zuurstoftoevoer naar je lichaamscellen. Voor de 20% mensen die al een goed CO2-gehalte heeft, is wat extra CO2 nog steeds welkom en zal de zuurstoftoevoer alleen maar verder verbeteren.

Misverstand 3: Ik krijg het benauwd als ik een mondkapje draag, dus ik heb letterlijk lucht te kort.

Ik denk dat ik dit misverstand al heb opgelost hierboven. Maar ik wil graag wel nog uitleggen hoe het kan dat de één snel benauwd wordt van het dragen van een mondkapje en de ander er geen probleem mee heeft. Ik schreef hierboven al dat grofweg 80% van de mensen een te laag CO2-gehalte heeft, hierdoor ontwikkelt het lichaam ook een lage tolerantie ten opzichte van CO2 en is je ademhaling in een bepaalde mate verstoord. Gaat door het gebruik van een mondkapje je CO2-gehalte wat stijgen, dan reageert het lichaam dat niet gewend is aan een (goed) hoog CO2-gehalte snel. Je zal dan snel een gevoel van ademtekort krijgen. Dit noem ik ook wel een vals gevoel van ademtekort, wederom is de benaming in feite verkeerd. Een gevoel van ademtekort wijst meestal niet op werkelijk een tekort aan adem, maar op een lage tolerantie ten opzichte van CO2.

Daarnaast speelt spanning/angst ook een rol in het benauwd worden bij het dragen van een mondkapje. Ben je niet gewend om een mondkapje te dragen en weet je dat je je er een beetje benauwd van kan gaan voelen, dan levert dit al snel spanning en angstgevoelens op. Hierdoor raakt je ademhaling nog meer verstoord, waardoor je nog eerder een gevoel van ademtekort krijgt.

Hoe draag je een mondkapje en hoe wen je eraan?

Tips:

1. Ben je ervan bewust dat je nog steeds meer dan genoeg zuurstof binnenkrijgt en de zuurstoftoevoer zelfs wordt verbeterd. Je zult je dan ook minder angstig voelen en het dragen van het kapje veel positiever benaderen.

2. Adem zoveel mogelijk door je neus, als je geen mondkapje draagt én als je wel een mondkapje draagt. Een neusademhaling is altijd de eerste stap naar een natuurlijke gezonde ademhaling en zal er voor zorgen dat je je iets rustiger voelt.

3. Bouw het dragen van een mondkapje langzaam op. Ben je er niet aan gewend, ga dan niet opeens 1 uur lang een mondkapje dragen. Begin met 10 minuten terwijl je rustig thuis bent en bouw stapje voor stapje op. Zo raak je ook stapje voor stapje gewend aan een wat hoger CO2 niveau en ga je je minder snel benauwd voelen.

4. Adem voornamelijk met je buik. Een rustige ontspannen lichte buikademhaling zorgt voor ontspanning in het lichaam, waardoor het dragen van het mondkapje makkelijker wordt.

5. Gebruik het kapje op de juiste en meest hygiënische manier. Draag het mondkapje correct: van bovenkant neusbrug tot en met onderkant kin. Zoek of maak een mondkapje dat jij comfortabel vind zitten. Was je handen voordat je een schoon kapje opzet en nadat je een gebruikt kapje hebt afgedaan. Raak het kapje niet aan terwijl je het draagt, raak alleen de koordjes of het elastiek aan dat zorgt voor de bevestiging. Draag een mondkapje niet langer dan 2,5 á 3 uur, stop het na gebruik in een afgesloten zakje en zet indien nodig een schoon kapje op.

6. Kijk voor meer vragen over het gebruik van een mondkapje op de website van de rijksoverheid. www.rijksoverheid.nl

7. Merk je dat je inderdaad snel een gevoel van ademtekort krijgt bij het gebruik van een mondkapje en twijfel je nu of jouw ademhaling is verstoord? Doe dan de LuchtOp Ademanalyse en leer meer over je ademhaling en wat je kunt doen om gezonder en natuurlijker te gaan ademen. https://www.luchtop.com/ademanalyse

5,061 keer bekeken

© 2020 LuchtOp Ademtherapie